10.07.2009

Wat zijn de blikvangers op het 63ste festival van Avignon?


wajdi-mouawad-est-harwan-dans-seuls_reference
Het is aftellen. Dinsdag ging het 63ste editie van het festival van Avignon van start. Tot 29 juli is de Franse stad weer het strijdtoneel van theatermakers die in de schouwburgen, de middeleeuwse settings, en op de eerste de beste straathoek bezoekers naar hun voorstelling proberen te lokken. En vanaf zondag zit ik op de eerste rij.

Vorig jaar waren de Italiaanse theatermaker Romeo Castellucci en de Franse actrice Valérie Dréville de ‘artistes associés’, een soort curatoren van het festival, zeg maar. Die eer viel in 2005 de Belgische kunstenaar Jan Fabre te beurt. En ook de Duitse regisseur Thomas Ostermeier (2004) en choreograaf Josef Nadj (2006) namen die rol al op zich. Dit jaar viel de keuze op Wajdi Mouawad, de Canadees-Libanese schrijver, regisseur en acteur.

De programmatoren Hortense Archambault en Vincent Baudriller hebben het - volgens het programmaboekje- met Mouawad gehad over het belang van het geheugen, het verslag, het theater, de literatuur en de schilderkunst.

Van Libanon naar Frankrijk tot in Canada

Maar vooral hebben ze het gehad over het verleden van Mouawad (°1968) . Hij groeide als kind op tijdens de oorlog in Libanon. Tot hij op 8ste zijn vaderland moet verlaten door diezelfde burgeroorlog. Eerst belandt hij in Frankrijk, maar de staat weigert hem de nodige papieren te bezorgen en in 1983 verlaat hij het Frans grondgebied om zich te vestigen in Québec.

Wajdi Mouawad was in 1999 voor het eerst te gast op het festival van Avignon met ‘Littoral’, en vorig jaar stond hij er met ‘Seuls’, een monoloog waar hij niet alleen zelf de tekst voor geschreven had, maar die hij bovendien zelf regisseerde én speelde. Daarin liet hij zich als een ‘madman’ gaan in een soort schildersatelier waarbij hij aanvankelijk alles onder controle leek te hebben maar meer en meer verstrikt geraakt in zijn eigen herinneringen, angsten en verlangens. Waan en werkelijkheid vloeit door elkaar heen. Haast action-paintinggewijs ging Mouawad de strijd met zichzelf en de wereld aan om uit te komen bij een universele, menselijke pijn.

Van Mouawad was in Brussel twee jaar geleden ‘Incendies’ te zien in het Théâtre National. En volgend seizoen regisseert Alize Zandwijk, artistiek leidster van het RO theater het in het Nederlands ‘Branden’.

Naast het werk van deze Canadees-Libanese theaterman, is het uitkijken naar het werk van de Zwitser Christoph Marthaler, en naar (A)pollonia van de Poolse regisseur Krzysztof Warlikowski. Hij is momenteel zowat de lieveling van het internationale festivalcircuit.

Les Belges

En ook de Belgen zijn behoorlijk aanwezig op het festival. Dat Jan Fabre erbij is, wordt stilaan een gewoonte. Hij staat hier met zijn jongste voorstelling ‘Orgie de la tolérance’. Jan Lauwers toont de integrale versie van zijn trilogie ‘Sad Face/Happy Face’ en het laatste, meest recente deel ‘Het Hertenhuis’, is er ook afzonderlijk te zien. ‘Casimir et Caroline’ is de Franse versie van de gelijknamige nieuwe productie van Johan Simons en Paul Koek. Deze coproductie van NTGent en de Veenfabriek staat niet alleen op de Cour d’honneur, ze wordt ook integraal uitgezonden op Arte op 29 juli.

www.festival-avignon.com



20.07.2008

Castellucci gooit hoge ogen met z’n drieluik geïnspireerd op La Divina Commedia


Romeo Castellucci, één van de twee  ‘artiste associés’, scoort op het festival van Avignon met zijn indrukwekkende trilogie, geïnspireerd op La Divina Commedia van de Florentijnse dichter Dante AlighieriHij behoudt de drie delen waaruit het gedicht met zijn 33 gezangen bestaat, maar van de letterlijke tekst blijft nauwelijks iets over. Met de drie producties wil de Italiaanse theatermaker geen letterlijke adaptatie van het 14de eeuwse werk maken. “La Divina Commedia lezen, herlezen,… erop hameren, het au fond bestuderen om het daarna te kunnen vergeten. Het absorberen door de huid hen. Het op mijn huid laten drogen als een nat hemd.”  Zo omschrijft Castellucci het zelf. Meer nog, hij wil Dante ‘zijn’, als het ware de staat bereiken waarin hij zich bevond net voor hij aan z’n tocht naar het onbekende begon. Het resultaat is een magistraal drieluik waarvan het ‘Inferno een bombardement van beelden is waaruit nog hoop spreekt, het ‘Purgatorio‘, een donkere, ontluisterende interpretatie is van een vagevuur dat zich in het hart van het gezin bevindt, en ‘Paradiso‘ een visueel orgelpunt dat focust op wat er na die storm overblijft.