De Parade in Palestina, zaterdag 9 januari
Vandaag verlaten we Jeruzalem. De koffers staan beneden in de hal van het Jeruzalem Hotel. Hilde en Rudi gaan samen op pad om een wandeling te maken over de muren van het oude Jeruzalem, Ina en ik willen nog langs de galerie waar de tentoonstelling loopt van Rula Halawani. Om 13u vertrekken we met bagage in een taxi naar Bethlehem waar we de laatste voorstelling spelen. We komen aan, Sally en het meisje van de Arabische boventitels zijn niet op afspraak. We proberen hen te bereiken, wat niet lukt en maken een wandeling door Bethlehem. Om 16u komen Sally en het meisje toe. Geluid en beeld worden geregeld op de scène, we repeteren een paar stukjes voor de overgangen. Om 18u begint de voorstelling met het verhaal van Marie-Claude Hamshari, dat ik vertel. Bij het einde van mijn verhaal zit de zaal een stuk voller dan bij aanvang. Er gaan een paar mobieltjes af tijdens het verhaal van Leila Shahid dat Hilde vertelt en Ina brengt voor de laatste keer in Palestina het verhaal van Bernadette Reynebeau.

Muur
Om 19u30 springen we in een taxi naar Tel Aviv. Bij een checkpoint vlak voor de Ben Gourion luchthaven worden we opzij gezet door de Israëlische militairen. De motorkap van de taxi moet open, ons wordt alles behalve vriendelijk gevraagd uit te stappen, de koffer gaat open. Een half uur staan we daar af te spreken wat we zullen zeggen als we individueel ondervraagd worden, kwestie van allemaal hetzelfde verhaal te vertellen. De taxichauffeur zei nog: “don’t tell them you come from Bethlehem, just say you visited Jerusalem”. Nadat de militairen de auto geïnspecteerd hebben langs alle kanten, mogen we doorrijden. We stappen uit. Ik besef dat mijn tekst van Dhakara nog in mijn valies zit, haal die eruit in de taxi, verscheur hem en prop hem in een vuilnisbakje voor we de vertrekhal binnengaan.
We schuiven aan en worden ondervraagd. Het is een kwartier durende ondervraging met allerlei ‘personal questions’. Waar zijn we juist geweest, wie heeft ons uitgenodigd, waar hebben we gespeeld, zijn we betaald voor dit werk en door wie, zijn we bij mensen thuis geweest op de plaatsen waar we gespeeld hebben, wie was onze contactpersoon daar etc… Dan gaat onze bagage door de scanner. Alle vier moeten we ons aanbieden bij de bagagecheck. De koffers worden opengemaakt en alles wordt eruit gehaald. Alles. Ze vinden ‘verdachte’ voorwerpen. Een Palestijnse sjaal, stickers met Palestijnse vlaggen, pakje koffie uit Ramallah, een fotoboek van Rula Halawani, flyers van het Masarat festival…. Rudi wordt nog eens ondervraagd terwijl ze zijn koffer inspecteren en hij moet aanduiden wie er tot zijn theatergezelschap behoren. Ze besluiten er één van ons uit te pikken voor een grondige controle. Pure pesterij omdat ze weten dat we Palestina bezocht hebben.
Ina wordt meegenomen. Ze wordt tot op het bot gecheckt, omdat ze denken dat ze wel eens een terroriste zou kunnen zijn, vanwege het kleine armbandje met de Palestijnse kleuren in haar bagage. “Do you know what these colors stand for????”, vragen drie mannen bij de bagage-inspectie indringend. Een armbandje gekocht in Ramallah voor haar zoontje. Het verdachte pakje ‘ Black Mud’, gekocht aan de oever van de Dode Zee, blijkt na grondig onderzoek ‘Black Mud’ van de Dode Zee te zijn. Een intimiderende klucht. Rudi, Hilde en ik moeten de “mental check” gelukkig niet ondergaan. Ina wordt meegenomen naar een apart deel van de security, waar ze achter een gordijn gefouilleerd wordt door een Israëlische vrouwelijke douanier, die haar aftast op mogelijke explosieven. Daarna werden haar fototoestel, schoenen en handtasje gescand. Een half uur later wordt ze opnieuw gefouilleerd tot de zomen van haar broekspijpen. De veiligheidsagente brengt Ina “persoonlijk” naar de check-in balie, voert haar tot achter de paspoortcontrole en eens achter deze ‘grens’, blijkt Ina geen gevaar meer te zijn. Met een “have a nice flight’ laat de inspectrice haar daar achter.
Dit is natuurlijk niks in vergelijking met de dagelijkse pesterijen en morele intimidatie die de Palestijnen elke dag moeten ondergaan. Maar de afschuw voor deze superiore attitude is voor altijd, zegt Ina. Chockerend. We stijgen op. De piloot zet de kist vloeiend aan de besneeuwde grond in Zaventem. We landen vijf minuten vroeger dan voorzien. Helaas staan we nog 45 minuten aan te schuiven in het gangpad omdat er geen bus is die ons naar de terminal brengt. “We are waiting for a bus to take us to the terminal. Thanks for your patience. Welcome in Belgium”, zegt de piloot. Rudi, Hilde, Ina en ik zijn de enigen die lachen. Groen weliswaar. We zijn in de minderheid in dit vliegtuig vol Israëli’s. Groen lachen in een witte wereld. Welcome. Welcome to Belgium. We’re home again.



























