15.01.2010

Nabeschouwingen


Ze zijn nu bijna een week terug uit Palestina, Ina, Hilde, Caroline en Rudi van theatergezelschap De Parade. De reis liet hen duidelijk niet onberoerd. Hier leest u met welke indrukken ze terug zijn gekomen.

Ina Geerts :

Het was sowieso al een verrassing dat we gingen spelen in Palestina, en ik noem het zoals de Palestijnen nog steeds hun “bezet” land. De hartelijkheid, de warmte en de openheid van de Palestijnen was een nog grotere openbaring. Geen enkel moment voelde ik me een indringer, ongemakkelijk of bedreigd. Op de vier plaatsen waar we gespeeld hebben waren de mensen bijzonder aandachtig, en reageerden spontaan op sommige dingen die we vertelden, iets wat we in onze contreien niet hadden meegemaakt, omdat deze verhalen zo dicht op hun huid zitten.

Ook achteraf kwamen mensen ons spontaan de hand drukken om ons te bedanken en hun blijheid te uiten over het feit dat het Palestijnse verhaal ook hier in Europa nog een vervolg kent, een verhaal dat nog steeds zeer actueel is. En het was voor mij ook een openbaring dat alles wat in onze tekst verteld wordt over de Palestijnse situatie ook effectief, en jammer genoeg, 62 jaar na de bezetting actueel is. Onze sobere vertelvorm, we zitten achter een tafel en elk van ons vertelt zijn verhaal zonder drama of poeha, wist toch stilte en ontroering teweeg te brengen. Ook dat was fijn om te zien.

Vaak dachten de mensen ook dat we de echte weduwen van de respectievelijke mannen waren waarover we vertellen. Hoe dan ook, het was een indringende ervaring, die in mij nazindert en voor altijd het gevoel van solidariteit met de onderdrukten dat al mijn hele leven lang in me huist (ja dat is iets wat ik van thuis heb meegekregen) heeft versterkt.

Hoe klein de bijdrage ook is aan een menselijk gevoel van recht op vrijheid, de kracht van het woord en het nut van geestelijke onafhankelijkheid, ze is van levensbelang.

En ook de niet aflatende kracht van de Palestijnen om voor alles een oplossing te zoeken zonder te zeuren en te zagen. Daar zou menig mens baat bij hebben, te zien hoe zij overleven in een land met meer dan honderd Berlijnse muren.

Hilde Wils :

Om echt in Palestina aan te komen had ik wel een dag nodig, zoals altijd als ik ergens naartoe ga. Na twee dagen terug in België ben ik nog altijd niet hier, maar daar, in Palestina. Het geraakt niet uit mijn lijf, beklijft omdat het zo ingrijpend was. Als ik gisteren in de krant las dat Israël een vijftal woningen van Palestijnen in het Noorden van de Westelijke Jordaanoever heeft platgewalst met bulldozers, kan ik niet anders dan denken aan de woorden van de directeur van het Freedom Theatre in Jenin: “alles is rustig hier en dat is een goede situatie voor ons, zo kunnen we op kracht komen om opnieuw actie te voeren.” Israël was hen voor. Ik heb een enorme bewondering gekregen voor de positieve en energievolle manier waarop bijna alle Palestijnen die wij ontmoetten in het leven staan, omgaan met deze penibele, onrechtvaardige situatie waarin ze zich bevinden. Ik zeg ‘bijna’ want de jonge taxichaffeur die ons naar Ramallah bracht en een verkoper van aardewerk in de oude stad, lieten eerder een woede voelen over deze voor hen onhoudbare situatie. En dan besef je toch dat wij Palestijnen ontmoet hebben die zich enigszins in een ‘bevoorrechtte’ situatie bevinden.

Het spelen van de voorstelling voor een Palestijns publiek was voor mij een intense en verwarrende ervaring, omdat je bij alles wat je zegt de omvang ervan ten volle beseft en tegelijk weet dat zij dit zoveel beter kennen.

Nu denk ik, wij zijn terug en zij zijn daar en ik zie al die warme gezichten in mijn hoofd passeren : de oude taxichauffeur die ons naar de Dode Zee bracht, Sally, Fatim, Asad, Nicola, Maisoun, Ziad Khalaf, Fida…

Rudi Meulemans:

De reis heeft een overweldigende indruk nagelaten. Het vraagt tijd om alles op een rijtje te zetten. Eén ding is duidelijk: Pas ter plekke kan je met eigen ogen de situatie inschatten. De media hier blijven in gebreke. Zelf de checkpoints passeren, de muur zien, een Palestijnse man ontmoeten die door kolonisten uit New York uit zijn huis is gezet… In mijn werk ben ik altijd geïnteresseerd in de positie van de buitenstaander. Het is in het conflict tussen Palestina en Israël voor mij onmogelijk geworden om geen partij te kiezen. Verrassend was de levensvreugde bij de Palestijnen, de hartelijkheid en de warmte die wij voelden. Iedereen die je ontmoet zegt: “You are welcome. Very welcome.” Dit staat in schril contrast met de controle op de luchthaven door de Israëli. Voor de joden is alles complex. Bij hen voel je frustratie en haat. De Palestijnen hebben ondertussen zoveel meegemaakt dat ze geleerd hebben om de dagelijkse zaken te relativeren. Niemand van hen heb ik horen zeuren over de pesterijen of over de praktische beslommeringen waarmee ze te maken hebben. Als je hen iets vraagt is het antwoord altijd: “No problem”. De komende week ga ik mijn notities die ik bijgehouden heb uitwerken voor een tekst voor het aprilnummer van het theatertijdschrift Etcetera. Het zal mij de gelegenheid geven om na te denken over alles wat we meegemaakt hebben. We zijn er ook van overtuigd dat we Dhakara op het repertoire moeten houden. Het is een poging om te reageren op de machteloosheid die ik voelde en op de fundamentele onrechtvaardigheid.

Caroline Rottier:

Het laat bij mij een enorme indruk na terecht te komen in de levendige, geurige, kleurige sfeer in Jeruzalem, Ramallah en Bethlehem. Jenin hebben we niet kunnen bezoeken wegens tijdsgebrek. Maar het prachtige heuvelland met de lichte stenen van de huizen en heuvels in de zon op weg van Ramallah naar het Freedom Theatre in Jenin, blijven me bij. De kracht en de gastvrijheid die ik voelde bij de mensen die we ontmoetten zal ik ook niet vergeten. Ik voelde mij op mijn gemak op straat ondanks het feit dat je weet dat geweld er elke dag kan losbarsten, iets waar ik voor mijn vertrek bang voor was. Ik begrijp nu beter waarom het een kruidvat is. Omdat ik meer gelezen heb over de situatie daar, maar ook omdat ik dingen gezien en gehoord heb. Mensen zoals jij en ik staan ’s morgens op, ontbijten en gaan naar hun werk en leven al jaren met de obstakels die de bezetting met zich meebrengt. Ik merkte een heel sterke behoefte bij de Palestijnen die we ontmoet hebben, om te spreken over de situatie, ze nemen er de tijd voor en vertellen met veel details over de obstakels die ze door de bezetting tegenkomen en hoe ze ermee omgaan. Ze beschrijven, vertellen. Wat opvalt is dat ze niet klagen. Maar je voelt dat het hoog zit. Het raakte mij te horen dat sommige Palestijnse kinderen de zee nog nooit gezien hebben. De Dode Zee en de Middellandse zee zijn niet veraf. Het raakte mij dat ze niet vrij kunnen reizen, leven, bewegen in hun land. De manier waarop een piepjonge vrouwlijke Israëlische soldaat de oude taxichauffeur net wat te lang aankeek met een koude machtswellustige minachtende blik en dan zonder dat er iets op haar gezicht veranderde met één vinger toestemming gaf om door te rijden, raakte mij ook. De taxichauffeur die voor ons sinaasappels en bananen had gekocht en had verteld over zijn familie met wie hij op de Olijfberg woont, gaf geen krimp. Ik daarentegen voelde onmachtige woede in mij opkomen door het gebrek aan respect, de ongelijkheid, de onmenselijke onrechtvaardigheid. Palestijnen leven hier al jaren mee, groeien ermee op. De avond dat we met de Belgische diplomaat de Sheikh Jarah wijk zijn gaan bezoeken zal ik ook nooit vergeten. De oude Palestijnse man die uit zijn huis gezet was, die zijn terrein niet wilde verlaten en bij een vuurkorfje, vlak voor de tent die een hulporganisatie hem had bezorgd, probeerde een beetje te slapen. Taferelen waarbij de tranen je in de ogen schieten. Wij hebben het goed hier. Ik besef het eens te meer en ben zeer dankbaar dat ik deze onvergetelijke reis mocht meemaken. En dat we de gelegenheid kregen hierover verslag uit te brengen…



11.01.2010

De Parade in Palestina, zaterdag 9 januari


Vandaag verlaten we Jeruzalem. De koffers staan beneden in de hal van het Jeruzalem Hotel. Hilde en Rudi gaan samen op pad om een wandeling te maken over de muren van het oude Jeruzalem, Ina en ik willen nog langs de galerie waar de tentoonstelling loopt van Rula Halawani. Om 13u vertrekken we met bagage in een taxi naar Bethlehem waar we de laatste voorstelling spelen. We komen aan, Sally en het meisje van de Arabische boventitels zijn niet op afspraak. We proberen hen te bereiken, wat niet lukt en maken een wandeling door Bethlehem. Om 16u komen Sally en het meisje toe. Geluid en beeld worden geregeld op de scène, we repeteren een paar stukjes voor de overgangen. Om 18u begint de voorstelling met het verhaal van Marie-Claude Hamshari, dat ik vertel. Bij het einde van mijn verhaal zit de zaal een stuk voller dan bij aanvang. Er gaan een paar mobieltjes af tijdens het verhaal van Leila Shahid dat Hilde vertelt en Ina brengt voor de laatste keer in Palestina het verhaal van Bernadette Reynebeau.

Muur

Muur

Om 19u30 springen we in een taxi naar Tel Aviv. Bij een checkpoint vlak voor de Ben Gourion luchthaven worden we opzij gezet door de Israëlische militairen. De motorkap van de taxi moet open, ons wordt alles behalve vriendelijk gevraagd uit te stappen, de koffer gaat open. Een half uur staan we daar af te spreken wat we zullen zeggen als we individueel ondervraagd worden, kwestie van allemaal hetzelfde verhaal te vertellen. De taxichauffeur zei nog: “don’t tell them you come from Bethlehem, just say you visited Jerusalem”. Nadat de militairen de auto geïnspecteerd hebben langs alle kanten, mogen we doorrijden. We stappen uit. Ik besef dat mijn tekst van Dhakara nog in mijn valies zit, haal die eruit in de taxi, verscheur hem en prop hem in een vuilnisbakje voor we de vertrekhal binnengaan.

We schuiven aan en worden ondervraagd. Het is een kwartier durende ondervraging met allerlei ‘personal questions’. Waar zijn we juist geweest, wie heeft ons uitgenodigd, waar hebben we gespeeld, zijn we betaald voor dit werk en door wie, zijn we bij mensen thuis geweest op de plaatsen waar we gespeeld hebben, wie was onze contactpersoon daar etc… Dan gaat onze bagage door de scanner. Alle vier moeten we ons aanbieden bij de bagagecheck. De koffers worden opengemaakt en alles wordt eruit gehaald. Alles. Ze vinden ‘verdachte’ voorwerpen. Een Palestijnse sjaal, stickers met Palestijnse vlaggen, pakje koffie uit Ramallah, een fotoboek van Rula Halawani, flyers van het Masarat festival…. Rudi wordt nog eens ondervraagd terwijl ze zijn koffer inspecteren en hij moet aanduiden wie er tot zijn theatergezelschap behoren. Ze besluiten er één van ons uit te pikken voor een grondige controle. Pure pesterij omdat ze weten dat we Palestina bezocht hebben.

Ina wordt meegenomen. Ze wordt tot op het bot gecheckt, omdat ze denken dat ze wel eens een terroriste zou kunnen zijn, vanwege het kleine armbandje met de Palestijnse kleuren in haar bagage. “Do you know what these colors stand for????”, vragen drie mannen bij de bagage-inspectie indringend. Een armbandje gekocht in Ramallah voor haar zoontje. Het verdachte pakje ‘ Black Mud’, gekocht aan de oever van de Dode Zee, blijkt na grondig onderzoek ‘Black Mud’ van de Dode Zee te zijn. Een intimiderende klucht. Rudi, Hilde en ik moeten de “mental check” gelukkig niet ondergaan. Ina wordt meegenomen naar een apart deel van de security, waar ze achter een gordijn gefouilleerd wordt door een Israëlische vrouwelijke douanier, die haar aftast op mogelijke explosieven. Daarna werden haar fototoestel, schoenen en handtasje gescand. Een half uur later wordt ze opnieuw gefouilleerd tot de zomen van haar broekspijpen. De veiligheidsagente brengt Ina “persoonlijk” naar de check-in balie, voert haar tot achter de paspoortcontrole en eens achter deze ‘grens’, blijkt Ina geen gevaar meer te zijn. Met een “have a nice flight’ laat de inspectrice haar daar achter.

Dit is natuurlijk niks in vergelijking met de dagelijkse pesterijen en morele intimidatie die de Palestijnen elke dag moeten ondergaan. Maar de afschuw voor deze superiore attitude is voor altijd, zegt Ina. Chockerend. We stijgen op. De piloot zet de kist vloeiend aan de besneeuwde grond in Zaventem. We landen vijf minuten vroeger dan voorzien. Helaas staan we nog 45 minuten aan te schuiven in het gangpad omdat er geen bus is die ons naar de terminal brengt. “We are waiting for a bus to take us to the terminal. Thanks for your patience. Welcome in Belgium”, zegt de piloot. Rudi, Hilde, Ina en ik zijn de enigen die lachen. Groen weliswaar. We zijn in de minderheid in dit vliegtuig vol Israëli’s. Groen lachen in een witte wereld. Welcome. Welcome to Belgium. We’re home again.



08.01.2010

De Parade in Palestina, vrijdag 8 januari


Voor we naar Bethlehem vertrekken voor een meeting in het Al Harah Theatre met Nicola Zreineh, willen we de Al Aqsamoskee bezoeken. Helaas vandaag alleen toegankelijk voor moslims. Ina oppert nog om ons allemaal te verkleden, maar Rudi wil geen valse snor opplakken dus we vergeten het idee. Erg jammer want het schijnt een van de plaatsen te zijn die je ooit in je leven moet gezien hebben. De gezangen uit de minaretten (oproep tot gebed) klinken over de hele stad. Het is 28 graden, door de toegangspoorten van de Oude Stad stromen de smalle straatjes vol mensen die naar de moskee trekken. Je waant je in de middeleeuwen of in een tot leven gekomen oude postkaart. We vertrekken naar Bethlehem. Na enig gezoek vinden we het Al Harah Theatre. Nicola legt ons de werking en het opzet van het theater uit. Vermits ik nu weer in de hal van het Jerusalem Hotel op de snertcomputer zit, zal ik hierover meer vertellen in de volgende aflevering. De volgende keer nemen we een laptop mee.

Man op weg naar Al-Aqsa moskee voor gebed

Man op weg naar Al-Aqsa moskee voor gebed

Het Al Harah Theatre werd opgericht in 1998, vertelt Nicola. De bedoeling was sociaal-artistieke projecten op te zetten. Ze organiseren bijvoorbeeld theaterstages op de Westbank, om jonge mensen te helpen om trauma’s te verwerken. Jongeren hebben iets nodig om uit de angst en de stress van het geweld tijdens de Intifada te raken en hun verdriet en angst een plaats te geven. Veel mensen kampen met depressies ten gevolge van het geweld dat ze meegemaakt hebben en de constant gespannen situatie waarin ze leven. Ze werken samen met locale hulporganisaties, sociale assistenten en psychologen. Door middel van deze theaterstages en producties worden er discussies opgezet en ervaringen en ideeën worden uitgewisseld. De kracht van de Palestijnse boodschap door middel van theater is heel belangrijk, zegt Nicola. Het is belangrijk om een andere stem te laten horen. De stem van de mensen die hier wonen en leven. Een ander verhaal dan het verhaal dat we kennen van radio en televisie, een ander beeld. Zelfs kranten als Al Jazeera geven slechts een welbepaald beeld van de situatie. Het is maar pas als je in Palestina bent, dat je beseft dat het leven hier ook gewoon doorgaat voor iedereen.

Het dagelijks leven gaat door

Het dagelijks leven gaat door

Het Al Harah Theatre wil vertellen vanuit het volk zelf en het naar buiten kunnen komen met een voorstelling alleen al is een boodschap op zich. Veel buitenlandse organisaties investeren in projecten in Palestina. Maar op de hele Westbank werken er maximun 100 mensen in de theatersector. Door middel van de financiële steun uit het buitenland en de sponsors kan het Al Harah Theatre voorstellingen maken, ermee rondreizen en in kleine steden en dorpen de voorstelling kosteloos toegankelijk maken. Er zijn veel Palestijnse dichters en schrijvers, maar weinig theaterschrijvers. Als je internationaal wordt uitgenodigd, wordt er van je verwacht dat het stuk over de Palestijnse situatie gaat en dat is een beperking, zegt Nicola. Palestijnse acteurs zijn het beu om vanuit improvisatie te werken. Met het Royal Court Theatre in Londen hebben ze uitwisselingsprojecten om met tekst te werken, teksten te schrijven en te ontwikkelen. Voorstellingen worden nooit gepland op voorhand zoals bij ons want je weet maar nooit hoe de situatie morgen zal zijn, zegt Nicola lachend.

Nicola Zreineh van het Al Harah Theater

Nicola Zreineh van het Al Harah Theater

We gaan eten op een terras in de zon op het plein waar de Geboortekerk staat.
“We don’t hate people, we hate the occupation.” Nicola eet en rookt tegelijkertijd een waterpijp. Wij staan open, wij willen niets liever dan vrede. Maar onderhandelen is niet mogelijk als je niet eerst op hetzelfde niveau staat. Ina vertelt dat als ze mensen fotografeert op straat, in openstaande garages, op bouwwerven of in winkeltjes, de mensen vaak een vredesteken maken met hun vingers. Zo voelen wij het ook aan. We worden overal warm ontvangen. We voelen ons welkom. Zoals in het papierwarenwinkeltje in Ramallah, waar ik vroeg of ze ook postkaarten hadden van Ramallah. Met een lachje zei de man dat er geen postkaarten meer gemaakt worden. Niemand stuurt nog een postkaart vanuit Ramallah. De enige mensen die wij hier nog zien, zei hij, zijn mensen van hulporganisaties of mensen die er tijdelijk zijn voor hun werk. Als we zeggen dat we hier zijn om een voorstelling te spelen en vertellen waar het over gaat, glimlachen ze, dankbaar dat je er bent en heten je welkom. Respect.

De Geboortekerk

De Geboortekerk

We reizen terug naar Jeruzalem. In de Kan Zaman- place to be- Bar van het hotel spelen percussionist Raed Said en luitspeler Mohie Baghdadi (Abu Zuhair). Fantastisch duo. De Palestijnse Jimmy the Bluestiger. Mét bordeelsluipers. Vanuit de koeltoog lonken lekkere taartjes, barmannen tappen Tahbeer aan de lopende band en Ina eet haar anderhalf uur geleden (”we lost the order”) bestelde avocadosalade met een theelepeltje. Onze laatste avond Jeruzalem. ‘Living in the moment’ is iets wat hier dagelijks wordt toegepast en waarvoor bij ons veel geld betaald wordt om te begrijpen waar het over gaat. Ik besef dat ik slechts een heel klein deeltje kan weergeven van alles wat je hier ziet, hoort, voelt en beleeft. Je zwemt met de stroom mee. Lay back, enjoy the food, the music, the flow. Jimmy the Palestinian Bluestiger trekt de jack uit zijn luit, trekt zijn leren vestje aan, trekt van zijn sigaret en trekt naar elders. Wij trekken morgen terug naar Brussel, direct na de voorstelling in Bethlehem. Door de sneeuwberichten uit België bedenken we scenario’s genre ‘we kunnen niet landen in Zaventem, moeten doorvliegen naar Stuttgart en dan met de bus naar Brussel’. We zien wel. No problem. Everything will be allright.



De Parade in Palestina, donderdag 7 januari


Het is donderdag 7 januari, 22u, ik zit in de hal van het Jeruzalem Hotel te tikken op de ‘zieke olifant- computer’. Aan de balie komt een koppel vragen of er nog een kamer vrij is. Ik hoor de Amerikaanse vrouw vertellen dat ze acht uur lang aan een checkpoint zijn opgehouden. Zij kwam uit Gaza en hij heeft een Iraanse naam, geen goede combinatie om vlot te reizen. Het is WEER Kerstmis. Grieks-orthodox feestje vandaag. Vanmorgen twee meetings in Ramallah. De eerste met Fida Jiryis van het Ashtar Theatre. Zij maken voorstellingen over vrouwenonderdrukking of familiegeweld, spelen die in kleine dorpen, waarna er discussie gevoerd wordt over die onderwerpen. Tweede meeting in het prachtige gebouw van de Qattan Foundation, met Ziad Khalaf, de executive director. Zij brengen educatie en cultuur samen in projecten op de Westbank en in Gaza. Ze werkten eerder al samen met KVS, Alain Platel en Lucas Pairon.

Oud Jeruzalem

Oud Jeruzalem

Eind van de ochtend: in een Skoda naar de Dode Zee. Abu een zwijgzame al wat oudere man met een petje is onze taxichauffeur. De weg van Ramallah naar Jericho is prachtig. We rijden door bergen en heuvels, door een adembenemend wijds landschap. Langs de kant van de weg zien we barakken en tentachtige constructies waar Bedoeïenen in huizen. Abu legt uit: “today here, tomorrow there”. Er liggen overal autowrakken, we zien ezeltjes, schapen en geiten, kamelen, prachtige palmen. We rijden Jericho binnen en moeten stoppen aan een checkpoint met Palestijnse soldaten. “Welcome”. We mogen doorrrijden. Dat is het verschil zegt Abu, we say : “welcome”, the Israeli’s say : “documents”.

ab_fab4

Een droom die uitkomt

We stoppen in Jericho om iets te drinken aan de ingang van de oude stad. We drinken granaatappelsap en Abu koopt voor ons twee zakken fruit in een van de kleurrijke overladen fruitstalletjes. Citroenen, sinaasappels en bananen groeien hier als kool. Minibanaantjes etend karren we verder naar de Dode Zee. We komen langs een benzinestation waar tussen de auto’s een kameel staat aan te schuiven aan de pomp en een beetje later zien we voor het eerst de Dode Zee! Prachtig blauw met aan de overkant de pastelkleurige bergen langs de kust van Jordanië. We rijden met links de zee en rechts bergen, naar En Gedi, een van de enige plaatsen waar we niet hoeven te betalen om het water in te gaan. Alleen Ina heeft een badpak mee. Ik doe alsof mijn ondergoed een bikini is en we gaan het water in.

Het is een ontroerend moment voor mij, ik droom er al van van toen ik kind was. Het is echt waar!! Je blijft drijven alsof je op een luchtmatras ligt!! Het water is zouter dan zout, je moet zien dat je het niet in je ogen krijgt. We rapen wat stenen met zoutkristallen op, kopen een zak Black Mud en stappen weer in de Skoda. Langs de Olijfberg rijden we Jeruzalem terug in. Hier woont onze chauffeur. Hij wijst zijn oude school aan en vertelt dat zijn drie zoons daar nu studeren. Zijn zes dochters zitten ergens anders. Als ik ermee doorga, zegt Abu, dan krijg ik er nog negen bij. Krasse knar! Hij kruist een andere taxi, draait zijn raam open, geeft de chauffeur 100 NIS ( New Israelian Sjekel) en rijdt verder de berg op. Hij wijst zijn huis aan en de plaats ‘where Jesus went to the sky’. Het was een onvergetelijke ‘once in a lifetime experience- dag’. Gelukkig en gepekeld roken we nog een shisha met appeltabak.

p1040338

Vrouwtje in Oud Jeruzalem



07.01.2010

De Parade in Palestina, woensdag 6 januari


Ramallah

Na het ontbijt gaan we naar het Ramallah Cultural Palace waar we spelen vanavond. Ina en ik wandelen er naartoe en maken ondertussen foto’s, het is een prachtige zonnige dag en zacht buiten. Sally en Fatin ontvangen ons in het bureau van het theater met pizza’s. Daarna neemt de geluidstechnieker Mohended ons mee in zijn Mitsubishi naar het graf van Arafat. Ook hij stort zich in het verkeer als een ware kamikaze piloot en zingt luid mee met de radio. Mohended vertelt dat hij regelmatig het geluid regelde bij toespraken van Arafat en onlangs ook voor Mahmoed Abbas. Het grafmonument is indrukwekkend. Een groot gebouw in lichte steen met ramen rondom. Statig en sober. Binnenin een marmeren grafsteen met opschriften waarachter twee gewapende soldaten de wacht houden. Ook buiten lopen er verschillende gewapende kerels rond. We mogen foto’s nemen maar onze handtassen moeten we in de auto laten.

Graf Yasser Arafat

In het theater regelen we licht, boventitels en geluid. De voorstelling verloopt goed. Er zit een grote groep moslimmeisjes van een kostschool en daartussen nog andere mensen. Er is een ruim cultureel aanbod in Ramallah maar met een beperkt, select publiek. Ze doen pogingen om dat te doorbreken en in dat kader hebben ze de groep kostschoolmeisjes uitgenodigd. Meisjes die anders nooit gekomen zouden zijn.

Babbel

Het publiek is opvallend aandachtig en stil. Het raakt ons, het raakt hen ook. Het is anders spelen voor een Palestijns publiek. Ina merkt op dat het (zoals in haar tekst tot uiting komt) zo belangrijk is te vertellen dat velen een intellectuele strijd hebben gevoerd voor de Palestijnse zaak. En dat het vertellen van persoonlijke, individuele verhalen belangrijk is omdat toeschouwers die makkelijker op zichzelf kunnen betrekken. Ook omdat het een betekenis kan geven aan de dagelijkse ongemakken, als ze horen, leren of opnieuw horen dat er al sinds jaren en jaren mensen zich engageren, zich inzetten en voor de situatie opkomen. Voor mij is het ontroerend om het verhaal van Marie-Claude Hamshari te vertellen omdat ik weet hoe belangrijk het voor haar en Bernadette Reynebeau is dat HUN verhaal verteld wordt. Totnogtoe hebben zij de ervaring en het verdriet altijd met zich meegedragen en gedeeld met elkaar en een kleine groep intimi. Maar ook zij hebben zich geëngageerd en zijn in de strijd een geliefde verloren. Dat hun ervaring, hun leven, hun gevoelens en hun engagement nu vorm hebben gekregen en bovendien hier verteld worden is voor hen ontroerend en belangrijk. Omdat met hun verhaal ook dat van hun echtgenoten opnieuw in de belangstelling wordt gebracht.

De Parade op de grafsite

De omstandigheden waarin we spelen zijn ook nogal anders dan we gewend zijn. De Palestijnen zijn trots en sterk. Problemen zijn er om opgelost te worden en we zullen niet snel horen dat iets onmogelijk is. Men gaat onmiddellijk op zoek naar een oplossingen en er zal alles voor gedaan worden om de voorstelling zo goed mogelijk te laten verlopen. Ze zijn heel inventief, laten zich niet snel afschrikken, dat voel je en dat geeft vertrouwen en kracht. Iets waar wij allemaal van leren. We vroegen ons af hoe de sobere vertelvorm waarin we spelen ontvangen zou worden. Blijkt zeer goed te werken, men luistert echt. Het was ontroerend, hoe er een applaus kwam bij de tekst van Marie-Claude Hamshari, waarin ze zegt “je suis fière de notre fille, fière d’Amina. Le hasard veut que elle aussi a epousé un Palestinien”. Of bij ” je n’ai pas voulu changer mon nom, je m’appelle Marie-Claude Hamshari et c’est elle que je suis”. Ook bij de tekst van Bernadette Reynebeau, waarin ze Naim Khader citeert “maman, tu as quatre fils, tu peux bien en donner un pour la Palestine…” kwam er een spontaan applaus. Je voelt de kracht en de moed van het Palestijnse volk. Overal word je hartelijk en warm ontvangen.

Zonsondergang

Na de voorstelling eten we iets. Rudi heeft morgen twee meetings die vanuit het Masarat- festival voor hem georganiseerd zijn. Wij gaan shisha-shoppen in djellaba. Om 11h vertrekken we naar de Dode Zee… een kinderdroom wordt waar!



06.01.2010

De Parade in Palestina, dinsdag 5 januari


Het Freedom Theatre in Jenin, een stad in het noorden van Palestina, ligt in een smal druk straatje met huizen waarvan de eerste tweede of derde verdieping nog in aanbouw is (er steken staken uit het dak of er staan betonmolens op). Overal lopen nieuwsgierige kinderen rond, die voor je wegvluchten, naar je lachen of achter een kat aanhollen. Op de binnenkoer staan wat auto’s, rechts een deur naar de repetitiezaal en twee deuren naar de theaterzaal. De scène is een zwarte stenen vloer en de zitplaatsen - stijl houten tuinbanken - gaan steil omhoog. Achteraan de koer een hoek met bankjes vol jonge mensen, studenten die druk rondlopen en sigaretten roken. Het zonlicht valt prachtig door de olijftakken die het terras overdekken. Binnen boven de balie hangt een portret van Che Guevara. Enkele ronde Palestijnse vrouwen zijn in de weer om koffie te zetten op een elektrisch kookplaatje. De koffie wordt geserveerd in kleine kopjes (soort eierdopjes), is heel bitter en heeft de smaak van kardemon.

Freedom Theatre Jenin

Freedom Theatre Jenin

Er is een ruimte waar een tiental computers staan, het ‘multimedia center’. Daar worden computerlessen gegeven en er zijn plannen om er een projector op te stellen zodat de ruimte ook als filmzaal kan gebruikt worden. We willen graag twee computers gebruiken, het duurt een half uur voordat de pc’s surfklaar zijn. Net als de tekst voor de blog is ingetikt, valt de computer uit. Na enig gemorrel aan draden komt wonder boven wonder de tekst weer terug.

We repeteren met de Arabische boventitels en zijn vijf minuten voor aanvang van de voorstelling klaar. De zaal zat zo goed als vol. Aan de ene kant zaten de vrouwen, moslimvrouwen jong en oud, aan de andere kant van het gangpad zaten de mannen en wat jongens die het moeilijk hadden om stil te zitten. Het publiek was aandachtig en we kregen een oprecht en warm applaus. Na de voorstelling maakte iedereen buiten een praatje, de hemel stond ondertussen vol sterren. Het geeft ons een speciaal gevoel om voor een Palestijns publiek te spelen. Je voelt dankbaarheid.

We werden uitgenodigd voor koekjes en een glaasje Mirinda (soort Fanta) en vertrokken met onze taxichauffeur Johnny The Racer en Asad, terug naar Ramallah. Op de terugweg wijst Asad ons op iets wat wij niet zagen in het donker : een Israëlische soldaat. De tweede keer dat hij ons op iets wijst, kunnen we er niet naast kijken : een jongen met een kalkoen onder zijn arm, zo dik als een varken. De derde keer wijst hij naar een Israëlische tank die quasi verdoken langs de weg staat opgesteld. We komen langs een checkpoint waar zeven zwaarbewapende Israëlische soldaten langzaam naar ons oranje bestelbusje slenteren, een blik naar binnen werpen en met één vinger teken geven dat we kunnen doorrijden. Johnny The Racer dropt ons voor het hotel.

Kerstman op trap

foto 1

We frissen ons wat op (met een wodka orange) en gaan eten in het dichtstbijzijnde restaurant, de ‘SANGRIA’. Ik neem de Palestijnse versie van onze ‘mitraillet’, een tonijnsandwich met frieten. We bestellen Zuid-Afrikaanse rode wijn, worden melig en maken een paar “K3 in Palestina” foto’s, niet voor publicatie vatbaar. Zoals zoveel hier… Bij terugkomst in het hotel ligt er een zieltogende man op de trap zijn laatste adem uit te blazen (zie foto 1). Deze man stond vanmiddag nog aan de ingang van het hotel om ons welkom te heten (zie foto 2). Blij dat kerstmis eindelijk voorbij is trekken we naar onze kamers en fiksen nog een wodka orange.

Kerstman aan ingang

foto 2

We volgen een programma over de Palestijnse schrijfster Fadwa Touqan. We fiksen nog een wodka en zappen wat in het rond. Ligt het aan ons of aan de drank?? We zitten in het Royal Court Suites Hotel in Ramallah naar Tom De Hoog en Michael Pas te kijken in “Alias” van Jan Verheyen met Engelse en Arabische ondertitels… Hoog tijd om onder zeil te gaan.

Alias met Arabische ondertitels

"Alias" met Arabische ondertitels



05.01.2010

De Parade in Palestina, maandag 4 januari


We vertrekken naar Ramallah, met een taxi. Antar, de chauffeur is niet te spreken over de situatie. Het zit hem duidelijk allemaal heel hoog, voor zijn part barst de oorlog los want ze hebben toch niks te verliezen. Als we een checkpoint aan de ingang van Ramallah passeren legt hij uit hoe moeilijk het is voor hem om de stad weer uit te komen. Lange wachttijden, passagiers die moeten uitstappen. Het maakt er zijn leven niet makkelijker op, hij heeft er schoon genoeg van. We zien ook voor het eerst de metershoge betonnen muur, gruwelijk.

De muur

De muur

Met een oranje VW Caravellebusje gaan we naar Jenin. Het mag een wonder heten dat we in het Freedom Theatre zijn aangekomen. We vertrokken met dichte mist, een zicht van 10 meter schat ik. Misschien heeft onze chauffeur speciale lenzen om door de mist te kijken. In elk geval, hij trekt zich er niks van aan. Hij heeft een loodzware voet en zit achter het stuur alsof hij vanuit zijn divan naar Dallas zit te kijken met een zak party-nuts. Wij hopen dat de wolken verdwijnen zodat we op onze anderhalfuur lange tocht toch nog iets kunnen zien. Even later wensen we blind te zijn, als de man in bochten begint in te halen, hele stukken links op de weg rijdt, bijna frontaal op een tegenligger botst en op een haar na een jongen op een fiets van de weg maait. Aan de achteruitkijkspiegel hangen twee ‘wunderbaumen’, die blijkbaar beschermende krachten bezitten.

Checkpoint

Checkpoint

Het land ziet er gehavend uit, net als de wegen. Uitgestrekte heuvels, gebouwen die niet af zijn, dennen, autowrakken, olijfbomen, ezeltjes en schapen en geiten met lange oren langs de weg. Garages, betonmolens, oude mannen die op hoopjes puin sigaretten zitten te roken, een winkel waar een gynaecologische stoel model 1950 buiten staat, je komt het allemaal tegen. Nadat we in één ruk een man op een ezel, een Fiat 127, een taxi, een Mitsubishi en een tractor hebben ingehaald ga ik op zoek naar het C&A zakje waar mijn kostuum inzit. Met zon komen we aan in het Freedom Theatre. Ina laadt foto’s op, ik schrijf, Hilde en Rudi maken de zaal klaar voor de voorstelling. We gaan zo eten en spelen. Tot later…

Wij en Assad

Wij



De Parade in Palestina, zondag 3 januari


Om half elf vertrekken we naar het theater, the Palestinian National Theatre, vlakbij het hotel. We vinden het niet, vragen de weg en vinden het nog steeds niet. We vragen nogmaals de weg aan een wat oudere man met een alpinopet die net van de tandarts komt en nauwelijks kan spreken. Het blijkt dat we naast het theater staan. Geen enkel opschrift en een deur met een blanco naamplaatje naast de bel maken het er niet gemakkelijker op om de bunker te herkennen als een theater. De alpinopetman blijkt België goed te kennen, hij is muzikant en speelde verschillende keren in België, onder andere in het Brusselse Theatre 140. Ook vertelt hij dat hij Naim Khader goed gekend heeft en geeft een cd mee voor Bernadette, de weduwe van Naim, wiens verhaal Ina vertelt in “Dhakara”. De hele middag wordt besteed aan het zoeken naar een virusvrije laptop. Hoe kunnen we de Arabische boventitels op een stick krijgen, hoe veranderen we de Arabische versie van Word in leesbare letters?

national-palestinian-theatre-2

Palestinian National Theatre

Het is ijskoud in het theater en buiten schijnt de zon. Om 18u zijn we na een repetitie met de boventitels klaar voor de voorstelling. In het publiek voornamelijk mannen en drie vrouwen met hoofddoek. Het geeft een speciaal gevoel voor de eerste keer te spelen voor Palestijns publiek. Positieve reacties achteraf, dat de verhalen goed gebracht zijn en raken. Karel Van Hecke, Belgisch diplomaat, pikt ons op. We zijn uitgenodigd voor een buffet op het consulaat, een prachtig gebouw. Prima ontvangst, prima buffet.

Ina Geerts

Ina Geerts

Na het diner neemt Karel ons mee in zijn auto naar de Cheikh Jarah buurt vlakbij het theater, waar onlangs een hele Palestijnse familie uit huis is gezet. Dat gaat hier zo: om 5u ’s morgens klopt de Israëlische politie aan de deur, de familie wordt eruit gezet, meubels, vrouw en kinderen inbegrepen. Een Joodse familie trekt erin en hangt onmiddellijk een Joodse vlag aan het balkon. Wij zien de Palestijnse man die sinds de uitzetting kampeert in een tent voor zijn eigen huis, vrouw en kinderen zijn bij familie ondergebracht. Voor een ander gebouwtje zitten een paar oudere mannen te knikkebollen bij een vuurkorf, naast een tent met wat matrassen. Zijn gebouwtje is ingenomen door Joods-Amerikaanse kolonisten, die provocerend in de deuropening staan. Er lopen nog wat activisten uit Frankrijk rond die vertellen dat er de komende tijd nog 28 uitzettingen gepland zijn in die buurt.

uitzetting-2kopie

Uitzetting

Die fundamentele onrechtvaardigheid, waar ik het in mijn tekst over heb… met tranen stappen we terug in Karels auto, voor een rit door de ultra-orthodoxe buurt. Een vreemde sfeer, groepjes mannen en vrouwen apart, lopen in donkere gewaden door de oude straatjes. Als je de auto’s wegdenkt waan je jezelf in de jaren 40. Erg onder de indruk drinken we nog wat in de bar van het hotel, die volgens Karel een van de hipste plaatsen, meeting-points is van East-Jerusalem. Het is 01u, om 8u vertrekken we morgen naar Ramallah, om vandaar onmiddellijk naar Jenin te reizen, waar we in het Freedom Theatre spelen om 16u. We call it a day.



03.01.2010

De Parade in Palestina, zaterdag 2 januari


Het is pas bij het ontwaken dat we beseffen dat we er zijn. De zon valt binnen in de kamer, getoeter en mannenstemmen klinken al van vroeg in de ochtend.

Vanop het balkon van de kamer zie je een stuk Jeruzalem:heuvels, hoge palmen, huizen in lichte beige steen, koepels, een boom met slingers (oud plastic en repen verpakkingsmateriaal), een kraai in een antenne, een grijs duifje zonder takje in zijn bek, de parking vol bestelbusjes, een gebouwtje met op het dak een soort mini-containerparkje en schotelantennes. De zoete geur van waterpijptabak hangt door het hele hotel. Na een ontbijt met feta, tonijn, olijven, houmous, koffie en sigaretten - je mag hier gewoon lekker roken aan tafel - trekken we me Asad de stad in. Asad is een uur later komen opdagen dan gepland, hij werd opgehouden aan de checkpoints tussen Ramallah en Jeruzalem. Hij is christen en heeft de toelating om tussen kerst en  20 januari naar Jerusalem te komen. Hij liet zijn papier zien. Hij is getrouwd met een vrouw die in Jerusalem woont, waar hij niet mag wonen. Als ze samen willen wonen moet zij naar Ramallah komen. Het huis dat dan vrijkomt wordt dan ingepalmd door Joods burgers. Een tactiek. Ze kiezen ervoor om gescheiden te leven.

de-paradekopie1

De Parade

We bezoeken de Palestinian Art Court, waar een tentoonstelling loopt van de in Jeruzalem geboren fotografe Rula Halawani. Aangrijpende foto’s waar we in stilte naar kijken. Foto’s van de metershoge betonnen muren die we nog niet gezien hebben, Israëlische tanks die alles platwalsen, lichamen van Palestijnse slachtoffers, beelden die we kennen van de televisie. Nu komt er een ander gevoel bij. Verbijstering dat dit zo dichtbij is, en mensen hier mee moeten leven. Je voelt ook bij Asad verbittering en woede hoewel hij die niet uit. We duiken The Old City in. Door een van de oude poorten kom je terecht in een wirwar van smalle steegjes met winkeltjes. Kleren, vlees, kruiden, snoep, Palestijnse sjaals, kruisbeeldjes, keppeltjes, fluorescerende bloemkool, alle door elkaar. We bezoeken L’église du Saint Sepulcre, waar Christus gekruisigd werd. Het wemelt er van de toeristen. Asad neem ons mee naar The Wall, de Klaagmuur. Je moet er door een checkpoint. Asad blijft op ons wachten, hij wordt daar niet toegelaten, wil daar ook niet binnen en gaat snoep kopen voor zijn kinderen.

wall

de klaagmuur

Na een aperitief in de Cellar Bar van het decadente American Colony Hotel eten we een Palestijnse mezze in de drukke bar van ons hotel, een ontmoetingsplek voor Palestijns gezinde gasten. Morgen spelen we in het Palestinian National Theatre. Na veel gedoe slagen we erin de teksten af te drukken. De pc van het hotel ‘free for guests’ werkt als een zieke olifant: op het toetsenbord is de spatiebalk kapot zodatalsjewilschrijvenallesaanelkaarhangt, wat niet bevorderlijk is voor een duidelijke berichtgeving vanuit dit onduidelijke gebied. We vragen ons af hoe de voorstelling zal verlopen, hoe ze ontvangen zal worden, wie er zal komen, ook al omdat het aanvangsuur veranderd is van 19u naar 18u. Teksten worden nog eens doorgenomen op de hotelkamer, kostuums worden uit de koffer gehaald, we zien wel.



02.01.2010

De Parade in Palestina, vrijdag 1 januari


Zaterdag 2 januari zijn we vertrokken naar Palestina. Het heeft moeite gekost om de reis te organizeren, eerst waren de voorstellingen voorzien in november 2010, dan november 2009 en uiteindelijk kregen we bericht dat we in januari zouden vertrekken.

We vliegen naar Tel Aviv. We volgen de reisroute op de blauwe schermpjes in de airbus tot we de stad betoverend en glinsterend vanuit het vliegtuig zien liggen aan de rand van de zwarte Middellandse Zee.

Het is middernacht, (hier is het een uur later) en we verwachten een zeer strenge controle op de luchthaven. Omdat “Dhakara” een “pro-palestijnse” voorstelling is hebben we onze speelteksten niet meegenomen, maar doorgemaild naar ons eigen email adres om ze later ter plaatste weer uit te printen.

Voor ons, aan de controleloketten op de Ben Gourion airport, staat een groep kerels aan te schuiven . Ze zien eruit als rechtstreekse afstammelingen van de Daltons. Ze houden de rij aardig op. Er wordt heen en weer gebeld, er komen veiligheidsagenten opdraven en het clubje wordt meegenomen naar elders voor verdere controle. Ondertussen zegt Ina dat ze altijd de verkeerde rij uitkiest, ook in supermarkten, dat weten we dan voor de volgende keer. Het is onze beurt. Nadat Rudi voor de zevende keer zijn naam “Meulemans” zo duidelijk mogelijk probeert uit te spreken en een paar keer ”Belgian Government” heeft laten vallen, zet de “juffrouw Jannie”-achtige controleur vier stempels in onze paspoorten. We krijgen elk een officieel papiertje met naam en stempels, dat we drie meter verder weer moeten inleveren. We wandelen Ben Gourion uit op zoek naar Mazzen de chauffeur die ons naar Jerusalem zal brengen. Hij staat er met een bordje ”Rudi Masarat”. Met een oude Chevy Van reizen we door de nacht over verlaten autostrades naar Oost-Jeruzalem. We proberen buiten iets te zien, Mazzen heeft een zware voet en de heuvels waar we doorrijden lijken in het donker op Waals-Brabant. Jeruzalem op de Nablus Road is een mooi oud hotel met een prachtige palm in de voortuin, tegenover een bus en taxistation. We vieren onze aankomst met een halve liter bier en gigantische pinda’s.

karretjes-markt1

stalletjes



Next Page »