Nabeschouwingen
Ze zijn nu bijna een week terug uit Palestina, Ina, Hilde, Caroline en Rudi van theatergezelschap De Parade. De reis liet hen duidelijk niet onberoerd. Hier leest u met welke indrukken ze terug zijn gekomen.
Ina Geerts :
Het was sowieso al een verrassing dat we gingen spelen in Palestina, en ik noem het zoals de Palestijnen nog steeds hun “bezet” land. De hartelijkheid, de warmte en de openheid van de Palestijnen was een nog grotere openbaring. Geen enkel moment voelde ik me een indringer, ongemakkelijk of bedreigd. Op de vier plaatsen waar we gespeeld hebben waren de mensen bijzonder aandachtig, en reageerden spontaan op sommige dingen die we vertelden, iets wat we in onze contreien niet hadden meegemaakt, omdat deze verhalen zo dicht op hun huid zitten.
Ook achteraf kwamen mensen ons spontaan de hand drukken om ons te bedanken en hun blijheid te uiten over het feit dat het Palestijnse verhaal ook hier in Europa nog een vervolg kent, een verhaal dat nog steeds zeer actueel is. En het was voor mij ook een openbaring dat alles wat in onze tekst verteld wordt over de Palestijnse situatie ook effectief, en jammer genoeg, 62 jaar na de bezetting actueel is. Onze sobere vertelvorm, we zitten achter een tafel en elk van ons vertelt zijn verhaal zonder drama of poeha, wist toch stilte en ontroering teweeg te brengen. Ook dat was fijn om te zien.
Vaak dachten de mensen ook dat we de echte weduwen van de respectievelijke mannen waren waarover we vertellen. Hoe dan ook, het was een indringende ervaring, die in mij nazindert en voor altijd het gevoel van solidariteit met de onderdrukten dat al mijn hele leven lang in me huist (ja dat is iets wat ik van thuis heb meegekregen) heeft versterkt.
Hoe klein de bijdrage ook is aan een menselijk gevoel van recht op vrijheid, de kracht van het woord en het nut van geestelijke onafhankelijkheid, ze is van levensbelang.
En ook de niet aflatende kracht van de Palestijnen om voor alles een oplossing te zoeken zonder te zeuren en te zagen. Daar zou menig mens baat bij hebben, te zien hoe zij overleven in een land met meer dan honderd Berlijnse muren.
Hilde Wils :
Om echt in Palestina aan te komen had ik wel een dag nodig, zoals altijd als ik ergens naartoe ga. Na twee dagen terug in België ben ik nog altijd niet hier, maar daar, in Palestina. Het geraakt niet uit mijn lijf, beklijft omdat het zo ingrijpend was. Als ik gisteren in de krant las dat Israël een vijftal woningen van Palestijnen in het Noorden van de Westelijke Jordaanoever heeft platgewalst met bulldozers, kan ik niet anders dan denken aan de woorden van de directeur van het Freedom Theatre in Jenin: “alles is rustig hier en dat is een goede situatie voor ons, zo kunnen we op kracht komen om opnieuw actie te voeren.” Israël was hen voor. Ik heb een enorme bewondering gekregen voor de positieve en energievolle manier waarop bijna alle Palestijnen die wij ontmoetten in het leven staan, omgaan met deze penibele, onrechtvaardige situatie waarin ze zich bevinden. Ik zeg ‘bijna’ want de jonge taxichaffeur die ons naar Ramallah bracht en een verkoper van aardewerk in de oude stad, lieten eerder een woede voelen over deze voor hen onhoudbare situatie. En dan besef je toch dat wij Palestijnen ontmoet hebben die zich enigszins in een ‘bevoorrechtte’ situatie bevinden.
Het spelen van de voorstelling voor een Palestijns publiek was voor mij een intense en verwarrende ervaring, omdat je bij alles wat je zegt de omvang ervan ten volle beseft en tegelijk weet dat zij dit zoveel beter kennen.
Nu denk ik, wij zijn terug en zij zijn daar en ik zie al die warme gezichten in mijn hoofd passeren : de oude taxichauffeur die ons naar de Dode Zee bracht, Sally, Fatim, Asad, Nicola, Maisoun, Ziad Khalaf, Fida…
Rudi Meulemans:
De reis heeft een overweldigende indruk nagelaten. Het vraagt tijd om alles op een rijtje te zetten. Eén ding is duidelijk: Pas ter plekke kan je met eigen ogen de situatie inschatten. De media hier blijven in gebreke. Zelf de checkpoints passeren, de muur zien, een Palestijnse man ontmoeten die door kolonisten uit New York uit zijn huis is gezet… In mijn werk ben ik altijd geïnteresseerd in de positie van de buitenstaander. Het is in het conflict tussen Palestina en Israël voor mij onmogelijk geworden om geen partij te kiezen. Verrassend was de levensvreugde bij de Palestijnen, de hartelijkheid en de warmte die wij voelden. Iedereen die je ontmoet zegt: “You are welcome. Very welcome.” Dit staat in schril contrast met de controle op de luchthaven door de Israëli. Voor de joden is alles complex. Bij hen voel je frustratie en haat. De Palestijnen hebben ondertussen zoveel meegemaakt dat ze geleerd hebben om de dagelijkse zaken te relativeren. Niemand van hen heb ik horen zeuren over de pesterijen of over de praktische beslommeringen waarmee ze te maken hebben. Als je hen iets vraagt is het antwoord altijd: “No problem”. De komende week ga ik mijn notities die ik bijgehouden heb uitwerken voor een tekst voor het aprilnummer van het theatertijdschrift Etcetera. Het zal mij de gelegenheid geven om na te denken over alles wat we meegemaakt hebben. We zijn er ook van overtuigd dat we Dhakara op het repertoire moeten houden. Het is een poging om te reageren op de machteloosheid die ik voelde en op de fundamentele onrechtvaardigheid.
Caroline Rottier:
Het laat bij mij een enorme indruk na terecht te komen in de levendige, geurige, kleurige sfeer in Jeruzalem, Ramallah en Bethlehem. Jenin hebben we niet kunnen bezoeken wegens tijdsgebrek. Maar het prachtige heuvelland met de lichte stenen van de huizen en heuvels in de zon op weg van Ramallah naar het Freedom Theatre in Jenin, blijven me bij. De kracht en de gastvrijheid die ik voelde bij de mensen die we ontmoetten zal ik ook niet vergeten. Ik voelde mij op mijn gemak op straat ondanks het feit dat je weet dat geweld er elke dag kan losbarsten, iets waar ik voor mijn vertrek bang voor was. Ik begrijp nu beter waarom het een kruidvat is. Omdat ik meer gelezen heb over de situatie daar, maar ook omdat ik dingen gezien en gehoord heb. Mensen zoals jij en ik staan ’s morgens op, ontbijten en gaan naar hun werk en leven al jaren met de obstakels die de bezetting met zich meebrengt. Ik merkte een heel sterke behoefte bij de Palestijnen die we ontmoet hebben, om te spreken over de situatie, ze nemen er de tijd voor en vertellen met veel details over de obstakels die ze door de bezetting tegenkomen en hoe ze ermee omgaan. Ze beschrijven, vertellen. Wat opvalt is dat ze niet klagen. Maar je voelt dat het hoog zit. Het raakte mij te horen dat sommige Palestijnse kinderen de zee nog nooit gezien hebben. De Dode Zee en de Middellandse zee zijn niet veraf. Het raakte mij dat ze niet vrij kunnen reizen, leven, bewegen in hun land. De manier waarop een piepjonge vrouwlijke Israëlische soldaat de oude taxichauffeur net wat te lang aankeek met een koude machtswellustige minachtende blik en dan zonder dat er iets op haar gezicht veranderde met één vinger toestemming gaf om door te rijden, raakte mij ook. De taxichauffeur die voor ons sinaasappels en bananen had gekocht en had verteld over zijn familie met wie hij op de Olijfberg woont, gaf geen krimp. Ik daarentegen voelde onmachtige woede in mij opkomen door het gebrek aan respect, de ongelijkheid, de onmenselijke onrechtvaardigheid. Palestijnen leven hier al jaren mee, groeien ermee op. De avond dat we met de Belgische diplomaat de Sheikh Jarah wijk zijn gaan bezoeken zal ik ook nooit vergeten. De oude Palestijnse man die uit zijn huis gezet was, die zijn terrein niet wilde verlaten en bij een vuurkorfje, vlak voor de tent die een hulporganisatie hem had bezorgd, probeerde een beetje te slapen. Taferelen waarbij de tranen je in de ogen schieten. Wij hebben het goed hier. Ik besef het eens te meer en ben zeer dankbaar dat ik deze onvergetelijke reis mocht meemaken. En dat we de gelegenheid kregen hierover verslag uit te brengen…




























